Zijn lectines gevaarlijk?

In de natuur is het survival of the fittest. Zo is het voor het voortbestaan van een dier- of plantensoort belangrijk dat zij zich kunnen verdedigen tegen belagers (eters). Zo kunnen dieren vluchten en vechten (met hulpmiddelen zoals nagels, hoorns en tanden). Planten kunnen dit niet, dus zij hebben een andere strategie. Planten kunnen zich beschermen tegen bijvoorbeeld insecten door giftige stoffen aan te maken die er voor zorgen dat de eter sterft of onvruchtbaar wordt. Een voorbeeld van zo’n stof is lectine. Er zijn meerdere van dit soort stoffen die planten aanmaken. In de evolutie ontwikkelen planteneters en omnivoren ook weer systemen om bestand te zijn tegen een bepaalde hoeveelheid van deze stoffen. Risicospreiding op dit vlak is een van de redenen om gevarieerd te eten en niet eenzijdig één plantensoort op je menu te zetten. Dit zorgt voor balans in de natuur. Door de Amerikaanse bestseller “the plant paradox” en sinds kort ook als Nederlandse vertaling “de planten paradox” staan lectines sinds kort in de spotlight als oorzaak van allerlei ziektes, aandoeningen, kwalen, mentale problemen en zelfs overgewicht. Na de hype van de documentaire “what the health” waarin dierlijke producten zo ongeveer de bron van alle kwaad zouden zijn krijgen in “de planten paradox” nu bepaalde planten de schuld. Het is hoog tijd voor wat nuance dus.